Amilcar Cabral

Op 5 juli vierde Kaapverdië 42 jaar onafhankelijkheid. De man achter deze onafhankelijkheid is erg belangrijk geweest voor Afrika. Een man die streefde naar eenheid in Afrika en invloed had op de val van de dictator Antonio de Olivieira Salazar. Een die bekend stond om zijn vriendschap met Ché Guevarra en de man wiens ondergang door hemzelf voorspeld werd op de begrafenis van Nkwame Nkrumah. Dat het probleem van Afrika verraad was. Een paar jaar later zou Amilcar Cabral ook verraden worden en de zoveelste Afrikaanse onafhankelijke leider uit de weg geruimd worden. Amilcar Lopes da Costa Cabral, voor anderen bekend als Abel Djassi, geboren in Guinee – Bissau uit Kaapverdiaanse ouders was een intellectueel, dichter, theoreticus, revolutionair, politieke organisator, nationalistisch en diplomaat.

Kaapverdië heeft tijdens het koloniale tijdperk veel te verduren gehad. Zo waren er nog slavernijachtige praktijken tot ver in de jaren 50 van de vorige eeuw in de achterhoeken en werden de tien eilanden regelmatig geteisterd door droogtes. Zo is het beroemde lied ‘Sodade’ gebaseerd op de levens van Kaapverdianen die noodgedwongen op São Tomé gingen werken onder erbarmelijke omstandigheden. De droogtes werden veroorzaakt door het over bewerken van het land door de Portugese machthebbers. In de jaren ‘40 was de laatste catastrofale droogte die welgeteld 200.000 levens heeft gekost, waarvan 65% van de bevolking van het eiland Santiago. De gebeurtenissen inspireerde Amilcar Cabral om erover te schrijven maar het inspireerde hem ook op politieke wijze. Amilcar Cabral kon na een snelle afronding van zijn schoolcarrière in Kaapverdië in 1945 landbouwkunde studeren in Lissabon. Tijdens zijn studie leerde hij Vasco Cabral, Agostinho Neto en Mário de Andrade kennen met wie hij vaak discussieerde over de situatie in hun thuisland en situaties in heel Afrika. Zij schreven passages over hoe mooi Afrika was en wat voor visie zij hadden op de situaties daar te verbeteren. Vastbesloten om zijn continent te helpen besloot Amilcar Cabral -anders dan anderen- om zich na zijn studie in Guinee Bissau te vestigen waar hij zijn opgedane kennis in praktijk kon beoefenen en daarmee de lokale bevolking kon helpen.

In 1952, kort na zijn studie, kreeg hij een baan bij het ministerie van Landbouw en Bosbeheer in Guinee Bissau. Hij gebruikte zijn positie om door het land te reizen en het volk te vragen wat voor economische activiteiten zij hadden, wat er beter kon op het gebied van landbouw en naar de lokale geschiedenis en cultuur. Als snel kwam Amilcar Cabral erachter wat het gevolg van de exploitatie van de Portugezen was en deelde zijn zorgen ook met de lokale bevolkingsgroepen in Guinee- Bissau. De kennis die hij heeft opgedaan hielp hem later met het organiseren van de gewapende strijd.

In 1955 keerde Amilcar Cabral terug naar Lissabon als landbouw adviseur voor Portugal en haar koloniën. In zijn korte bezoek naar Guinee Bissau richtte hij samen met Aristides Pereira, Julio de Almeida, Elisée Turpin, Fernando Fortes en Luiz Cabral de partij PAIGC (Partido Africano da Independência da Guiné e Cabo Verde) op. Het belangrijkste doel van de opgerichte partij was economische stabiliteit, onafhankelijkheid en de vereniging van Guinee-Bissau en Kaapverdië. Portugal kreeg lucht van de nieuwe partij en bestempelde de PAIGC als een bedreiging. Toen werden in 1959 vijftig stakende havenarbeiders doodgeschoten in opdracht van de Portugese regering. Na deze gebeurtenis kwam de PAIGC weer samen en kwamen zij tot de conclusie dat er geen vreedzame weg was naar onafhankelijkheid.

Met toestemming van de Sekou Touré en Kwame Nkrumah trainden de PAIGC hun troepen in Guinee en Ghana. Gesteund door de Sovjet Unie begon de guerrilla oorlog op het vasteland van Afrika. Ché Guevara en Fidel Castro leverden steun aan Amilcar Cabral door trainingen te geven en soldaten te leveren. Leden van de onafhankelijkheidsbeweging trainden met toestemming in buurlanden en werden daar ook opgeleid op verschillende gebieden zoals: medicatie, landbouw en bouwkunde. Doordat Amilcar Cabral in zijn jaren als voormalig medewerker voor het ministerie van Landbouw en Bosbeheer in contact kwam met de lokale bevolking kon hij op veel steun rekenen in het binnenland van Guinee. Al snel bouwde hij faciliteiten voor de lokale bevolking. Amilcar begreep heel goed wat de behoeften waren van zijn volgers. Vrede, gelijkheid, gezondheid en echte kansen. Door in te gaan op die behoeften wist hij dat hij de steun kon behouden.

Amilcar Cabral wist dat hij als leider van de onafhankelijkheid niet lang zou leven. Hij bouwde de partij op een manier op dat zijn afwezigheid niet het ondergang van de onafhankelijkheidsbeweging zou betekenen. In 1969 was nog maar een derde van Guinee- Bissau in handen van de Portugezen. In de overige gebieden, die niet meer onder het gezag van Portugal was werden er scholen, ziekenhuizen, winkels en rechtbanken gebouwd. De ideologie die Cabral voor ogen had kon alleen gerealiseerd worden als het een maatschappelijke golfbeweging zou worden. De faciliteiten om succesvol onafhankelijk te worden werden opgezet om latere problemen te voorkomen. Zijn leger versloeg het beter bewapende leger van Portugal en in 1972 was de koloniale macht zo ver teruggedreven dat er een veilige onafhankelijkheidsverkiezing werd gehouden in Guinee Bissau die in 1974 werd erkend door Portugal. Kaapverdië volgde in 1975.

Hoewel Kaapverdië onafhankelijk is geworden, moet zij worden behoedt voor een nieuwe dreiging. Toerisme. Stukken landen worden opgekocht door Europese landen die de eilanden zien als een perfect stukje paradijs middenin de zee. De lokale bevolking kan daar nauwelijks van profiteren. Zo bieden de nieuwe resorts geen baanzekerheid omdat het personeel en het voedsel uit het buitenland worden geïmporteerd, maar dat.. Dat is voor een ander keer. Voor nu zeg ik: Labanta brasu, grita liberdadi. Viva Amilcar Cabral, Viva Cabo Verde!

Jane Ortet